BREEAM-NL In-Use Duurzame huisvesting en Bedrijfsvoering

4.2 Type bewijsmateriaal

Bewijs hoeft niet noodzakelijkerwijs speciaal te zijn opgesteld voor een BREEAM-NL In-Use assessment. In veel gevallen kan er aan de hand van beschikbare gebouwinformatie en een controle op locatie voor veel credits worden aangetoond dat wordt voldaan aan de vereisten. Daarom geeft deze beoordelingsrichtlijn geen al te specifieke beschrijving van het benodigde bewijsmateriaal, hoewel bij diverse credits wel specifieke documenten nodig blijven.

Wie betrokken is bij een BREEAM-NL In-Use assessment merkt dat voor diverse credits meerdere typen bewijsmateriaal nodig zijn. Aan de andere kant kan een stuk bewijsmateriaal soms bruikbaar zijn voor meerdere credits.

Hoe worden verschillende soorten verzamelde documenten gebruikt als bewijsmateriaal? Om de BREEAM-NL In-Use Assessor hierbij te helpen, verdeelt BREEAM-NL de bewijstypes grofweg in drie categorieën:

1. Algemeen bewijsmateriaal kan bestaan uit bewijsmateriaal dat normaal gesproken voor een asset beschikbaar is. Een of meerdere typen bewijsmateriaal kan worden gebruikt om aan te tonen dat aan een of meerdere credits en criteria wordt voldaan.

Voorbeelden van algemeen bewijsmateriaal zijn opgenomen in Tabel 8. Ze worden niet specifiek benoemd onder het kopje ‘Bewijsvoering’ bij elke credit. Niet alle typen algemeen bewijsmateriaal zijn van toepassing bij alle credits. Het is de verantwoordelijkheid van de BREEAM-NL In-Use Assessor om vast te stellen of het juiste bewijsmateriaal is aangeleverd

2. Specifiek bewijsmateriaal is informatie die in ieder geval moet worden aangeleverd, om aan te tonen dat aan de gekozen antwoordoptie binnen een credit wordt voldaan. In alle gevallen is dit het enige type bewijsvoering dat wordt geaccepteerd voor de betreffende credit of criteria. Is het specifieke bewijs niet verstrekt en wordt er niet op de juiste wijze naar verwezen in de ingediende beoordeling, dan beoordeelt de QA (kwaliteitscontrole door DGBC) het identificeren als een non-conformiteit en stelt de uitgifte van het certificaat uit tot het moment waarop de non-conformiteit is aangepakt.

Een definitie van het specifieke bewijsmateriaal is te vinden bij de betreffende credit onder het kopje `bewijsvoering’. Naast specifiek bewijsmateriaal kan aanvullend generiek bewijsmateriaal nodig zijn, om aan te tonen dat het voldoet aan de credit. Niet bij alle BREEAM-NL In-Use credits wordt specifiek bewijsmateriaal gevraagd.

3. Ander bewijsmateriaal is aangeleverde informatie dat afwijkt van wat is beschreven in Tabel 8 of onder ‘bewijsvoering’ bij de credits. Dit kan echter nog steeds worden gebruikt. Om te voorkomen dat dit type bewijsmateriaal niet in overeenstemming blijkt te zijn en daarmee certificering vertraagd, moet het geloofwaardig, robuust en herleidbaar zijn naar hetzelfde niveau, of beter dan het specifieke of generieke bewijs. Neem bij twijfel contact op met de DGBC voorafgaand aan het aanleveren of accepteren van dergelijk bewijs.

Voor sommige credits moet een combinatie van deze typen bewijsmateriaal worden aangeleverd.

Voor andere typen bewijsmateriaal kan de bovenstaande informatie worden gebruikt als leidraad voor geschiktheid. Het gebruikte bewijsmateriaal moet minimaal basisinformatie bevatten, zoals de projectnaam, de auteur, datum en het revisienummer (indien van toepassing). Voorbeelden van algemeen bewijsmateriaal zijn in tabel 8 weergeven.

 

Tabel 8: Typen bewijsmateriaal

Ref Document of bewijstype Beschrijving en notitie
E1 Rekeningen/facturen Bewijs in de vorm van rekeningen/facturaties dat ondersteunend is aan de gevraagde vereisten in de criteria. Factureringsgegevens moeten afkomstig zijn van de organisatie die de gefactureerde services aan het item levert.
E2 Meterstanden/GBS-output Bewijs op basis van meterstanden van het verbruik van onder andere gas, elektriciteit en water. Deze gegevens blijken uit individuele meterstanden of uit verzamelde gegevens van het gebouwbeheersysteem (GBS), geïnstalleerd in het asset.
E3 Building information Model (BIM) data BIM (Building information model) of BIM-bestanden die zijn gebruikt voor het project, die relevante informatie/bewijs bevatten en leesbaar zijn voor de toetsende partij.
E4 Communicatie met DGBC Bijvoorbeeld de referentie voor een DGBC-reactie op de technische vraag van een BREEAM-NL In-Use Assessor
E5 Rapport van locatiebezoek Assessor Rapportage gebaseerd op het door de BREEAM-NL In-Use Assessor zelf uitge- voerde locatiebezoek aan het asset, om vast te stellen dat wordt voldaan aan de BREEAM-NL In-Use criteria.
De rapportage dient als afzonderlijk bewijs en kan foto’s bevatten die zijn gemaakt door de Assessor tijdens het locatiebezoek.
E6 Erkende certificaten Voorbeelden zoals ISO14001, FSC (Forrest Stewardship Council), EPD (Environ- mental Product Declaration) etc.
E7 Communicatieve uitingen Formele stukken van communicatie met stakeholders en/of derden waaruit een afspraak, uitkomst of actie blijkt. Dit kan zijn in de vorm van een brief, notulen, e-mail correspondentie, een publicatie of een andere vorm van media.
E8 Computergestuurde modelleringsresultaten en conclusies Voorbeelden zijn thermische modellering, beoordelingen/modellering van over- stromingen, levenscyclusanalyse, levenscycluskostenanalyse, ventilatiemodelle- ring etc.
E9 Contractstukken Documenten/contracten die aantonen hoe onderhoud/monitoring/testen of andere diensten worden uitgevoerd door een (derde) partij.
E10 Andere informatie van derden Bijvoorbeeld plattegronden, dienstregelingen, productspecificaties, wet- en regelgeving, productlabels.
E11 Fotografisch bewijs Foto’s waarmee wordt ondersteund of bevestigd dat installaties en bouwelemen- ten of andere relevante systemen of producten aanwezig of geïnstalleerd zijn bij het asset.
E12 Contract voor professionele diensten Overeenkomst voor het verlenen van professionele (advies)diensten, zoals als onderhoud, testen of juridisch of technisch advies.
E13 Risicobeoordeling Risicobeoordelingen omvatten diverse operationele risico’s en andere risico’s voor een project. Hierin is meegenomen hoe elk risico wordt gemanaged en wie verantwoordelijk is voor het managen van elk risico.
E14 Expertrapportages Professionele rapportages op basis van onderzoek, testen of studies door een expert, waaronder (maar niet beperkt tot):
  • Milieumanagementsysteem
  • Beoordeling overstromingsrisico
  • Akoestisch onderzoek
  • Kwaliteit van de binnenlucht
  • Vervoersanalyse
  • Prestatieborging en onderhoudsrapportages en strategieën
  • Ecologisch onderzoek
  • Legionella beheersplan
E15 Overzicht van te leveren diensten Een overzicht met specifieke diensten en taken, uit te voeren door een bij het asset betrokken partij, die in het contract met deze partij zijn opgenomen.
E16 Interviews met medewerkers Interviews met medewerkers die bevestigen dat gespecificeerde (management) praktijken/reviews in het asset worden uitgevoerd. Personeelsinterviews zijn een belangrijk onderdeel van de verificatie dat formele processen/ procedures/documenten beschikbaar worden gesteld aan personeel/ gebouwgebruikers.